Sponsors

Mei 2021 - Column Wouter Buwalda '1 april-grap'

Een van onze marshals blijkt een prima columnist te zijn. Reeds een aantal jaren schrijft Wouter Buwalda een column voor de Marshal nieuwsbrief. We hebben Wouter bereid gevonden om ook voor de Nieuwsbrief van de GC Bentwoud een column te schrijven, Hierbij dan de eerste in, naar wij hopen, een lange reeks.

 

1 april grap

 

Op 1 april had ik in de middag marshaldienst. Het was werkelijk een prachtige dag. Strakblauwe lucht, circa 16 graden en een serieuze belofte van voorjaar in de lucht. En voor mij ideaal weer voor een 1 april grap. Althans dat dacht ik.

 

 

Bij de afslag van hole vier van de B-lus trof ik een echtpaar aan van rond de zeventig. Mevrouw was ordentelijk gekleed maar meneer droeg tot mijn stomme verbazing een korte broek. Er hing weliswaar voorjaar in de lucht maar dit was overdreven. Als de zon achter de wolken schuilging was het gewoon koud. Ik parkeerde mijn buggy op gepaste afstand van de tee box en liep op het echtpaar toe: “Goede middag allemaal. Als ik mij niet vergis hebben wij elkaar al vaker gezien hier op Bentwoud en zijn jullie vaste gasten”. Beiden knikten in afwachting van hetgeen ik zou gaan zeggen. “Dan kent u ongetwijfeld ook artikel 22 lid B van het Baanreglement.“ Beiden keken mij aan met stomme verbazing. “Ja” zei ik, “Korte broeken zijn pas toegestaan vanaf 1 mei. Ik moet u dan ook verzoeken om te stoppen met uw spel. Want ik neem niet aan dat u een lange broek bij u heeft”.

 

 

Het gezicht van meneer verstrakte, zijn wangen werden rood en zijn ogen stonden wild. Zijn knieën begaven het en hij greep naar zijn borst, stamelend “mijn hart”. Zelden ben ik zo geschrokken. Als de dood was ik dat door mijn toedoen deze man het loodje zou leggen. Ik holde naar de buggy om de defibrilator te pakken en riep naar mevrouw “bel 112”. Het speet mij inmiddels enorm dat ik niet beter had opgelet tijdens de BHV-cursus. Waar moesten die plakkertjes ook alweer geplaatst worden en hoe kon ik met die wind in godsnaam horen of hij nog ademde? Mevrouw bleef gelukkig kalm en praatte voortdurend in haar mobiel met de hulpdiensten. “Ze komen eraan, hoor”.  Ik was erg blij met haar rustige houding want ik zat er inmiddels helemaal doorheen. Vol spijt stamelde ik dat het ging om een 1 april grap en er helemaal geen regels waren over korte broeken.

 

 

Op dat moment richtte meneer zich op, gaf mij een knipoog en zei “1 april”. Mijn gevoel van opluchting was gelukkig groter dan mijn gevoel van schaamte. Door een ware meester was ik beetgenomen. Ik overlaadde het echtpaar met complimenten, keerde terug naar het clubhuis en heb bij Roest in snel tempo meerdere borrels weggewerkt.